Wat is Sensorische Informatieverwerking?
Er zijn de zintuigen die we allemaal kennen: voelen, ruiken, proeven, horen of zien. Maar er zijn ook belangrijke verborgen zintuigen, zoals het evenwichtsorgaan (vestibulair), het houdingsgevoel (propriocepsis) en de interne organen (interocepsis).
Alle zintuigen werken de hele dag samen om ervoor te zorgen dat we goed reageren op onze omgeving, ze informeren ons over de wereld om ons heen. Ze laten ons weten dat we bij een groen stoplicht door moeten rijden en ze vertellen ons dat we bij een volle blaas naar de wc moeten. Ze bestaan afzonderlijk van elkaar, maar moeten als een geheel functioneren.
Soms worden stukjes informatie die via de zintuigen binnenkomen niet goed geregistreerd en aan elkaar verbonden, zodat er niet goed op gereageerd kan worden. Dit gebeurt wanneer een prikkel te sterk of juist te zacht wordt waargenomen. Op dat moment ontstaat er een Sensorisch Informatieverwerkingsprobleem.
Een kind wat prikkels heel sterk registreert kan bijvoorbeeld slecht tegen licht of geluiden of wordt snel ziek in een auto, het houdt niet van fysieke aanraking of ervaart dit al snel als te hard, verafschuwt vieze handen of vindt ‘kriebelige’ kleding verschrikkelijk. Een kind met overgevoelgheid trekt zich vaak terug, vermijdt waar hij niet tegen kan.
Een kind wat prikkels te weinig registreert is vaak wat onhandig, valt of stoot zich vaak en kent geen angst bij bewegingsspel. Er wordt vaak niet opgemerkt dat handen en/of gezicht vies zijn of maakt graag lawaai omwille van het lawaai. Deze kinderen zoeken prikkels juist op.
Altijd is het zo dat wanneer de sensorische informatieverwerking niet goed verloopt, er zowel over- als ondergevoeligheden te zien zijn bij een kind. Het ene zintuig kan prikkels te sterk registreren, het andere zintuig juist weer te weinig. Wel is er één gemeenschappelijke factor: er is altijd sprake van een ondergevoeligheid voor prikkels uit het eigen lichaam (houdingsgevoel of propriocepsis). Dit wil zeggen dat een kind onvoldoende verbinding heeft met zijn eigen lichaam. Hierdoor is er geen optimale basis voor een goede (motorische) ontwikkeling.
Wat houdt de behandeling in?
In combinatie met Energetische Therapie maak ik binnen mijn praktijk gebruik van de reguliere behandeling die ingezet wordt bij kinderen met Sensorische Informatieverwerkingsproblemen. Hieronder volgt een globale beschrijving van wat deze therapie inhoud:
Bron: Kranowitz, C.S. (2015). Uit de pas. Amsterdam: Nieuwezijds B.V.
Onder leiding van een therapeut doet een kind actief informatie op uit beweging en aanraking, op een speelse, betekenisvolle en natuurlijke manier, die zijn hersenen in staat stelt deze fundamentele neurale boodschappen te moduleren. Het kind reageert gunstig op sensorische informatieverwerkingsbehandeling, omdat zijn zenuwstelsel plooibaar is. Bij zo’n therapie leert een kind succes te hebben.
Activiteiten die worden aangeboden zijn op het kind afgestemd. Er wordt een programma ontworpen op basis van het kind zijn persoonlijke behoeften, waarbij hij in haar zintuiglijke systeem zal teruggaan tot waar de eerste vaardigheden zijn verworven. Aan de hand van de reacties zal de therapeut het kind door activiteiten heen loodsen die het centrale zenuwstelsel en het vermogen om op een georganiseerde manier op prikkels te reageren negatief beïnvloeden.
Zo kan een kind bijvoorbeeld problemen hebben met springen, klimmen, op een driewieler fietsen en zich aankleden. Als de oorzaak daarvoor in de sensorische informatieverwerking zit los je dat niet op door haar gericht te leren springen, klimmen, fietsen en aankleden. Het kind heeft geen behoefte aan springlessen, maar aan gelegenheden om alle prikkels te leren integreren die nodig zijn om zulke vaardigheden uit te kunnen voeren. Een gekwalificeerd therapeut kan dankzij zijn kennis en de uitnodigende materialen en oefeningen die hij aanbiedt zulke gelegenheden creëren. Enkele voorbeelden van dit soort activiteiten zijn:
- Om tactiele discriminatie te verbeteren: puzzelstukjes zoeken in een bak met bonen;
- Om het evenwichtsgevoel te verbeteren: op een grote, therapeutische opblaasbaar zitten of liggen;
- Om de motorische planning te verbeteren: over een hindernisbaan lopen;
- Om een beter lichaamsbewustzijn te ontwikkelen en de posturale zekerheid te verbeteren: vooroverliggeld op een speciale schommel heen en weer schommelen om specifieke bewegingsprikkels te ervaren;
- Om de tactiele afweer te verminderen: spelen met scheerschuim, klei, zand en ander sensopatisch materiaal;
- Om de houdingsonzekerheid te verminderen: zachtjes op een platformschommel schommelen en op een trampoline springen;
- Enzovoort…
De belangrijkste factor die het succes van de therapie zal bepalen, is de behoefte van het kind om zijn omgeving te verkennen en er dingen van te leren.


